Betekenisverlening

‘Pad naar de toekomst’

‘Je ziet op mijn collage een pad naar de toekomst, een reis vol hoop en mogelijkheden. Langs het pad bloeien bloemen, staat een bankje om op adem te komen en staat er een stoplicht om me te herinneren aan de momenten van stilstand en reflectie, maar ook aan dat stilstaan van anderen soms ook buiten mijn bereik ligt. Het rugzakje representeert de bagage die ik onderweg meeneem, mijn ervaringen, lessen en herinneringen, die me gemaakt hebben wie ik ben. Samen vormen deze elementen een beeld van de toekomst, dat ondanks de uitdagingen, altijd hoopvol is gebleven.’ (Augeo Jongerentaskforce-lid Maron)

Ingrijpende jeugdervaringen en betekenisverlening

Voor kinderen die ingrijpende of traumatische ervaringen meemaken, is betekenisverlening extra belangrijk – én extra lastig. Zij proberen grip te krijgen op wat vaak verwarrend, pijnlijk of onbegrijpelijk is. Zonder steun lopen zij het risico om een verhaal over zichzelf te maken dat gebaseerd is op schaamte, schuld of machteloosheid.

Zij kunnen bijvoorbeeld denken: ‘Het is mijn schuld dat mama vaak boos is’, ‘Ik ben lastig’, of ‘Ik verdien geen liefde.’ Zulke overtuigingen kunnen zich diep nestelen en lange tijd invloed hebben op het zelfbeeld en het gedrag van een kind.

Zeker jonge kinderen hebben nog niet het vermogen om situaties goed te overzien of in perspectief te plaatsen. Ze trekken conclusies die op dat moment misschien logisch lijken, maar die hen op de lange termijn in de weg zitten. Zo kunnen kinderen zichzelf de schuld geven van situaties waar ze geen enkele controle over hadden. Dat geeft wel een gevoel van grip – ‘Als ik maar liever was geweest, was papa niet boos geworden’ – maar het versterkt ook gevoelens van schaamte of angst.

Sommige kinderen leren juist helemaal geen betekenis te geven aan wat er gebeurt. Ze denken liever nergens aan terug of proberen alles te vergeten. Op de korte termijn helpt dat misschien, maar op de lange termijn blijven er dan vaak gevoelens van onbegrip, stress of leegte.

Het is belangrijk om te erkennen dat niet elk kind betekenis kan of hoeft te vinden. En dat betekenisverlening alleen bijdraagt aan veerkracht als de uitkomst steunend is en bijdraagt aan herstel.

Zingeving

Wat is betekenisverlening?

Betekenisverlening vindt plaats binnen het grotere kader van zingeving. Zingeving gaat over hoe je je leven als geheel begrijpt en beleeft. Zingeving is een structureel en continu proces, dat richting geeft aan je bestaan. Het gaat daarbij om je levensdoelen, waarden, overtuigingen en het gevoel dat je leven er toe doet. Het is belangrijk kinderen te helpen zich hierin te ontwikkelen; dat kader geeft namelijk houvast en helpt om te begrijpen en te plaatsen wat je overkomt.

Betekenisverlening gaat over specifieke ervaringen, in het bijzonder moeilijke of ingrijpende gebeurtenissen. Je toetst wat je hebt meegemaakt aan je overtuigingen en probeert dat in te passen in je bredere levensverhaal. Een kind dat zich afvraagt ‘Waarom is dit mij overkomen?’ is dus bezig met betekenisverlening. Als het vervolgens ontdekt: ‘Ik wil anderen helpen die hetzelfde hebben meegemaakt,’ raakt dat aan zingeving: een gevoel van doel, verbinding en richting in het leven.

Bij kinderen begint betekenisverlening vaak met eenvoudige conclusies: ‘Het is mijn schuld dat papa boos werd’ of ‘Ik kan beter mijn mond houden om problemen te voorkomen.’ Naarmate kinderen ouder worden en meer kunnen reflecteren, krijgen ze de mogelijkheid om nieuwe betekenissen te ontdekken. Ze kunnen gaan begrijpen: ‘Ik was niet verantwoordelijk voor wat er gebeurde’ of ‘Ik ben sterker geworden door wat ik heb meegemaakt.’

Betekenisverlening gebeurt meestal niet direct na een gebeurtenis. Het is een proces dat tijd kost en vaak pas later, soms pas in de adolescentie of volwassenheid, echt op gang komt.

Wanneer een gebeurtenis niet goed past bij je algemene overtuigingen, kan dat stress geven. Kinderen proberen dan het verschil tussen wat zij verwachten en wat zij ervaren te overbruggen. Dit proces kan leiden tot herstel, groei – maar soms ook tot meer stress als de betekenis moeilijk te vinden is.

Betekenisverlening houdt in dat je nadenkt over de betekenis van wat je meemaakt: waarom gebeurt iets, wat zegt het over mij en wat kan ik ermee? Het gaat over het zoeken naar verbanden, doelen, waarden en richting. Dit proces helpt om nare of verwarrende ervaringen in te passen in een breder en samenhangend beeld van jezelf en je leven.

‘Het blijft een rotverhaal, maar ik probeer er nu iets van te maken dat me sterker maakt’ (ervaringsdeskundige Colin)

Om veerkrachtig te kunnen functioneren, helpt het als kinderen betekenis kunnen geven aan wat hen overkomt. Door gebeurtenissen – ook nare of ingrijpende – te begrijpen of een plaats te geven, kunnen zij zich weer richten op de toekomst en ontdekken wat voor hen belangrijk is.

Hoe kan je kinderen helpen bij betekenisverlening?

Laat het kind een collage maken over zijn of haar dromen, wensen en toekomstbeeld. Laat het kind vertellen over de collage en waarom het deze dingen heeft uitgekozen. Je kan vragen stellen om het kind te helpen:

Help het kind nadenken over de toekomst

7.

Laat kinderen voelen dat wat zij hebben meegemaakt ertoe doet, dat hun verhaal gehoord wordt, en dat zij meer zijn dan hun ervaringen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat dit moeilijk voor je was, en ik vind het knap dat je dit deelt’ of ‘Je bent iemand die verder wil – dat bewonder ik in je.’

Geef erkenning en hoop

6.

Laat kinderen tekenen, schrijven of vertellen over hun leven. Wat vinden ze belangrijk? Waar zijn ze trots op? Wat heeft hen geholpen? Wie zijn belangrijk voor hen? Zo help je kinderen om hun eigen verhaal vorm te geven.

Stimuleer kinderen na te denken over hun leven(sdoel)

5.

Kinderboeken, sprookjes en metaforen kunnen helpen om moeilijke ervaringen in een breder perspectief te plaatsen. Een verhaal over een dappere held of iemand die iets moeilijks meemaakt kan een kind helpen om zijn eigen situatie beter te begrijpen.

Gebruik verhalen, boeken en metaforen

4.

Laat kinderen merken dat het normaal is om vragen te hebben. Zeg bijvoorbeeld: ‘Veel mensen vragen zich af waarom iets is gebeurd’ of ‘Je hoeft het niet meteen te begrijpen – dat mag tijd kosten.’

Normaliseer het zoeken naar betekenis

3.

Het is verleidelijk om een gebeurtenis snel ‘positief’ te framen (‘Misschien was het toch ergens goed voor’), want dat kan het proces van het kind verstoren. Laat eerst het verhaal van het kind ontstaan. Sluit aan, erken het verdriet of de verwarring, en voeg pas later eventueel perspectief toe.

Wees voorzichtig met je eigen interpretatie

2.

Stel open vragen als: ‘Wat dacht je toen?’, ‘Wat voelde je?’, ‘Waarom denk je dat dat gebeurde?’ Door ruimte te geven aan het verhaal van het kind, help je bij het verhelderen van de ervaring.

Help kinderen woorden te geven aan wat ze meemaken

1.

  • Wat zou je doen als je de loterij won?

  • Wat is jouw grootste droom?

  • Als je een superkracht had, wat zou die dan zijn? En hoe zou je die inzetten?

Het maken van een ‘Levensdoel mindmap’ kan daarbij helpen. Schrijf in het midden ‘Mijn levensdoel’ op. Daarboven komt een cirkel met 'Wat vind ik belangrijk?'. Ernaast komt een cirkel met 'Waar besteed ik mijn tijd aan?'. Aan de andere kant ernaast komt een cirkel met 'Wat zou ik anders willen in de wereld?'. Stel het kind vragen over zijn of haar interesses, vaardigheden en wat het zou willen veranderen in de wereld en vul de mindmap in.

Betekenisverlening is een proces dat je niet kunt afdwingen, maar dat je wél kunt ondersteunen. Vooral door aanwezig te zijn, te luisteren en te helpen bij het ordenen van gedachten en gevoelens.

Wil je als lesgeven over zingeving?

Hogeschool Viaa ontwikkelde dit lespakket voor groep 5 tot en met 8 van de basisschool.

Groeikracht

‘Ik ben er sterker uitgekomen.’

Nieuwe perspectieven

‘Door wat ik heb meegemaakt, weet ik wat belangrijk is.’

Acceptatie

‘Het is gebeurd, ik kan het niet veranderen.’

Hoe hangt betekenisverlening samen met veerkracht?

Wanneer een kind een positieve draai weet te geven aan een nare gebeurtenis – zonder die te bagatelliseren – helpt dat om zich minder machteloos te voelen en het leven weer met vertrouwen tegemoet te treden.

Maar betekenisverlening is niet altijd positief. Als een kind blijft hangen in vragen als ‘Waarom ik?’ of ‘Wat heb ik fout gedaan?’, en daar geen bevredigend antwoord op kan vinden, kan dat juist tot piekeren of verdriet leiden. Ook kan een kind een betekenis geven die op dat moment wel helpt (‘Als ik maar aardig doe, word ik niet geslagen’), maar die op de lange termijn niet gezond is (bijvoorbeeld doordat het altijd alles goed probeert te maken).

Bovendien weten we dat jongeren die in staat zijn om hun ervaringen te herdefiniëren als een bron van kracht of inspiratie, over het algemeen veerkrachtiger functioneren  en meer tekenen van herstel laten zien. Niet voor niets zien we jongeren die hun ervaringen inzetten om andere slachtoffers van geweld te helpen.

Betekenisverlening is dus alleen helpend voor veerkracht als het leidt tot rust, acceptatie of positieve groei. Het is geen doel op zich, maar een mogelijke uitkomst van een proces waarin kinderen proberen grip te krijgen op hun ervaringen.

Betekenisverlening draagt bij aan veerkracht als de betekenis die een kind aan iets geeft helpt om verder te gaan. Kinderen die moeilijke ervaringen kunnen begrijpen en integreren in hun levensverhaal, voelen zich minder overweldigd door wat ze hebben meegemaakt. Ze ontwikkelen een gevoel van samenhang en kunnen nieuwe doelen en waarden formuleren.

Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld:

Hoe kan je kinderen helpen bij betekenisverlening?

Laat het kind een collage maken over zijn of haar dromen, wensen en toekomstbeeld. Laat het kind vertellen over de collage en waarom het deze dingen heeft uitgekozen. Je kan vragen stellen om het kind te helpen:

Help het kind nadenken over de toekomst

7.

Laat kinderen voelen dat wat zij hebben meegemaakt ertoe doet, dat hun verhaal gehoord wordt, en dat zij meer zijn dan hun ervaringen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat dit moeilijk voor je was, en ik vind het knap dat je dit deelt’ of ‘Je bent iemand die verder wil – dat bewonder ik in je.’

Geef erkenning en hoop

6.

Laat kinderen tekenen, schrijven of vertellen over hun leven. Wat vinden ze belangrijk? Waar zijn ze trots op? Wat heeft hen geholpen? Wie zijn belangrijk voor hen? Zo help je kinderen om hun eigen verhaal vorm te geven.

Stimuleer kinderen na te denken over hun leven(sdoel)

5.

Kinderboeken, sprookjes en metaforen kunnen helpen om moeilijke ervaringen in een breder perspectief te plaatsen. Een verhaal over een dappere held of iemand die iets moeilijks meemaakt kan een kind helpen om zijn eigen situatie beter te begrijpen.

Gebruik verhalen, boeken en metaforen

4.

Laat kinderen merken dat het normaal is om vragen te hebben. Zeg bijvoorbeeld: ‘Veel mensen vragen zich af waarom iets is gebeurd’ of ‘Je hoeft het niet meteen te begrijpen – dat mag tijd kosten.’

Normaliseer het zoeken naar betekenis

3.

Het is verleidelijk om een gebeurtenis snel ‘positief’ te framen (‘Misschien was het toch ergens goed voor’), want dat kan het proces van het kind verstoren. Laat eerst het verhaal van het kind ontstaan. Sluit aan, erken het verdriet of de verwarring, en voeg pas later eventueel perspectief toe.

Wees voorzichtig met je eigen interpretatie

2.

Stel open vragen als: ‘Wat dacht je toen?’, ‘Wat voelde je?’, ‘Waarom denk je dat dat gebeurde?’ Door ruimte te geven aan het verhaal van het kind, help je bij het verhelderen van de ervaring.

Help kinderen woorden te geven aan wat ze meemaken

1.

  • Wat zou je doen als je de loterij won?

  • Wat is jouw grootste droom?

  • Als je een superkracht had, wat zou die dan zijn? En hoe zou je die inzetten?

Het maken van een ‘Levensdoel mindmap’ kan daarbij helpen. Schrijf in het midden ‘Mijn levensdoel’ op. Daarboven komt een cirkel met 'Wat vind ik belangrijk?'. Ernaast komt een cirkel met 'Waar besteed ik mijn tijd aan?'. Aan de andere kant ernaast komt een cirkel met 'Wat zou ik anders willen in de wereld?'. Stel het kind vragen over zijn of haar interesses, vaardigheden en wat het zou willen veranderen in de wereld en vul de mindmap in.

Betekenisverlening is een proces dat je niet kunt afdwingen, maar dat je wél kunt ondersteunen. Vooral door aanwezig te zijn, te luisteren en te helpen bij het ordenen van gedachten en gevoelens.

Wil je als lesgeven over zingeving?

Hogeschool Viaa ontwikkelde dit lespakket voor groep 5 tot en met 8 van de basisschool.

Groeikracht

‘Ik ben er sterker uitgekomen.’

Nieuwe perspectieven

‘Door wat ik heb meegemaakt, weet ik wat belangrijk is.’

Acceptatie

‘Het is gebeurd, ik kan het niet veranderen.’

Hoe hangt betekenisverlening samen met veerkracht?

Wanneer een kind een positieve draai weet te geven aan een nare gebeurtenis – zonder die te bagatelliseren – helpt dat om zich minder machteloos te voelen en het leven weer met vertrouwen tegemoet te treden.

Maar betekenisverlening is niet altijd positief. Als een kind blijft hangen in vragen als ‘Waarom ik?’ of ‘Wat heb ik fout gedaan?’, en daar geen bevredigend antwoord op kan vinden, kan dat juist tot piekeren of verdriet leiden. Ook kan een kind een betekenis geven die op dat moment wel helpt (‘Als ik maar aardig doe, word ik niet geslagen’), maar die op de lange termijn niet gezond is (bijvoorbeeld doordat het altijd alles goed probeert te maken).

Bovendien weten we dat jongeren die in staat zijn om hun ervaringen te herdefiniëren als een bron van kracht of inspiratie, over het algemeen veerkrachtiger functioneren  en meer tekenen van herstel laten zien. Niet voor niets zien we jongeren die hun ervaringen inzetten om andere slachtoffers van geweld te helpen.

Betekenisverlening is dus alleen helpend voor veerkracht als het leidt tot rust, acceptatie of positieve groei. Het is geen doel op zich, maar een mogelijke uitkomst van een proces waarin kinderen proberen grip te krijgen op hun ervaringen.

Betekenisverlening draagt bij aan veerkracht als de betekenis die een kind aan iets geeft helpt om verder te gaan. Kinderen die moeilijke ervaringen kunnen begrijpen en integreren in hun levensverhaal, voelen zich minder overweldigd door wat ze hebben meegemaakt. Ze ontwikkelen een gevoel van samenhang en kunnen nieuwe doelen en waarden formuleren.

Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld:

‘Pad naar de toekomst’

‘Je ziet op mijn collage een pad naar de toekomst, een reis vol hoop en mogelijkheden. Langs het pad bloeien bloemen, staat een bankje om op adem te komen en staat er een stoplicht om me te herinneren aan de momenten van stilstand en reflectie, maar ook aan dat stilstaan van anderen soms ook buiten mijn bereik ligt. Het rugzakje representeert de bagage die ik onderweg meeneem, mijn ervaringen, lessen en herinneringen, die me gemaakt hebben wie ik ben. Samen vormen deze elementen een beeld van de toekomst, dat ondanks de uitdagingen, altijd hoopvol is gebleven.’ (Augeo Jongerentaskforce-lid Maron)

Betekenisverlening

Om veerkrachtig te kunnen functioneren, helpt het als kinderen betekenis kunnen geven aan wat hen overkomt. Door gebeurtenissen – ook nare of ingrijpende – te begrijpen of een plaats te geven, kunnen zij zich weer richten op de toekomst en ontdekken wat voor hen belangrijk is.

Ingrijpende jeugdervaringen en betekenisverlening

Voor kinderen die ingrijpende of traumatische ervaringen meemaken, is betekenisverlening extra belangrijk – én extra lastig. Zij proberen grip te krijgen op wat vaak verwarrend, pijnlijk of onbegrijpelijk is. Zonder steun lopen zij het risico om een verhaal over zichzelf te maken dat gebaseerd is op schaamte, schuld of machteloosheid.

Zij kunnen bijvoorbeeld denken: ‘Het is mijn schuld dat mama vaak boos is’, ‘Ik ben lastig’, of ‘Ik verdien geen liefde.’ Zulke overtuigingen kunnen zich diep nestelen en lange tijd invloed hebben op het zelfbeeld en het gedrag van een kind.

Zeker jonge kinderen hebben nog niet het vermogen om situaties goed te overzien of in perspectief te plaatsen. Ze trekken conclusies die op dat moment misschien logisch lijken, maar die hen op de lange termijn in de weg zitten. Zo kunnen kinderen zichzelf de schuld geven van situaties waar ze geen enkele controle over hadden. Dat geeft wel een gevoel van grip – ‘Als ik maar liever was geweest, was papa niet boos geworden’ – maar het versterkt ook gevoelens van schaamte of angst.

Sommige kinderen leren juist helemaal geen betekenis te geven aan wat er gebeurt. Ze denken liever nergens aan terug of proberen alles te vergeten. Op de korte termijn helpt dat misschien, maar op de lange termijn blijven er dan vaak gevoelens van onbegrip, stress of leegte.

Het is belangrijk om te erkennen dat niet elk kind betekenis kan of hoeft te vinden. En dat betekenisverlening alleen bijdraagt aan veerkracht als de uitkomst steunend is en bijdraagt aan herstel.

Zingeving

Wat is betekenisverlening?

Betekenisverlening vindt plaats binnen het grotere kader van zingeving. Zingeving gaat over hoe je je leven als geheel begrijpt en beleeft. Zingeving is een structureel en continu proces, dat richting geeft aan je bestaan. Het gaat daarbij om je levensdoelen, waarden, overtuigingen en het gevoel dat je leven er toe doet. Het is belangrijk kinderen te helpen zich hierin te ontwikkelen; dat kader geeft namelijk houvast en helpt om te begrijpen en te plaatsen wat je overkomt.

Betekenisverlening gaat over specifieke ervaringen, in het bijzonder moeilijke of ingrijpende gebeurtenissen. Je toetst wat je hebt meegemaakt aan je overtuigingen en probeert dat in te passen in je bredere levensverhaal. Een kind dat zich afvraagt ‘Waarom is dit mij overkomen?’ is dus bezig met betekenisverlening. Als het vervolgens ontdekt: ‘Ik wil anderen helpen die hetzelfde hebben meegemaakt,’ raakt dat aan zingeving: een gevoel van doel, verbinding en richting in het leven.

Bij kinderen begint betekenisverlening vaak met eenvoudige conclusies: ‘Het is mijn schuld dat papa boos werd’ of ‘Ik kan beter mijn mond houden om problemen te voorkomen.’ Naarmate kinderen ouder worden en meer kunnen reflecteren, krijgen ze de mogelijkheid om nieuwe betekenissen te ontdekken. Ze kunnen gaan begrijpen: ‘Ik was niet verantwoordelijk voor wat er gebeurde’ of ‘Ik ben sterker geworden door wat ik heb meegemaakt.’

Betekenisverlening gebeurt meestal niet direct na een gebeurtenis. Het is een proces dat tijd kost en vaak pas later, soms pas in de adolescentie of volwassenheid, echt op gang komt.

Wanneer een gebeurtenis niet goed past bij je algemene overtuigingen, kan dat stress geven. Kinderen proberen dan het verschil tussen wat zij verwachten en wat zij ervaren te overbruggen. Dit proces kan leiden tot herstel, groei – maar soms ook tot meer stress als de betekenis moeilijk te vinden is.

Betekenisverlening houdt in dat je nadenkt over de betekenis van wat je meemaakt: waarom gebeurt iets, wat zegt het over mij en wat kan ik ermee? Het gaat over het zoeken naar verbanden, doelen, waarden en richting. Dit proces helpt om nare of verwarrende ervaringen in te passen in een breder en samenhangend beeld van jezelf en je leven.

‘Het blijft een rotverhaal, maar ik probeer er nu iets van te maken dat me sterker maakt’ (ervaringsdeskundige Colin)