‘Veerkracht is voor mij vooral het gevoel van controle te hebben... 

Hoe moeilijk de situatie ook is. Gezonde manieren om met stress en trauma om te gaan. Vroeger had ik enkele steunfiguren, met name docenten op school, die ervoor hebben gezorgd dat ik ook het positieve van het leven inzag. Zij hebben mij de kracht geboden om verder te kijken en door te gaan.’ (Augeo Jongerentaskforce-lid Natasja)

Zelfeffectiviteit

Wat is zelfeffectiviteit?

Vooral als je zélf succes ervaart, werkt dat goed voor je gevoel van zelfeffectiviteit.

Het verschil tussen zelfeffectiviteit en zelfvertrouwen is dat zelfvertrouwen vooral gaat over je algemene gevoel dat je iets waard bent, over wie je bent en zelfeffectiviteit over het geloof in je vermogen om specifieke situaties of taken aan te pakken.

"Eerst dacht ik dat ik het toch niet kon. Maar toen ik iets moeilijks had gedaan, dacht ik: zie je wel, ik kan meer dan ik dacht." (ervaringsdeskundige Leonie)

Vier factoren helpen bij het ontwikkelen van zelfeffectiviteit:

Zelfeffectiviteit ontwikkelt zich via ervaring. Als een kind merkt dat iets lukt dankzij eigen inzet, groeit het vertrouwen in het eigen kunnen. Ook sociale steun, aanmoediging en het zien van anderen die iets voor elkaar krijgen, dragen bij. Kinderen leren dan: ‘Als zij het kunnen, kan ik het misschien ook.’

Zelfeffectiviteit (ook wel: self-efficacy) betekent dat je gelooft dat je in staat bent om een taak met succes uit te voeren, ook als die lastig is. Het is dus niet alleen het vertrouwen dat je iets kúnt, maar ook dat je met jouw gedrag invloed hebt op het resultaat. Zodoende heeft zelfeffectiviteit invloed op hoe je je voelt, hoe je denkt en hoe je handelt.

Een kind met een sterk gevoel van zelfeffectiviteit denkt bijvoorbeeld: ‘Ik kan dit leren’, ‘Als ik oefen, lukt het misschien’, of ‘Ik weet hoe ik hulp kan vragen als het lastig wordt.’ Zulke gedachten geven richting en energie: het kind blijft in beweging in plaats van zich terug te trekken of op te geven.

4. Goed omgaan met spanning

‘Ik voel stress, maar dat betekent niet dat ik het niet kan.’

3. Aanmoediging van anderen

‘Ik geloof dat jij dit kunt.’

2. Andere iets zien doen

Als hij het kan, kan ik het misschien ook.’

1. Eerdere successen

‘Ik heb het eerder gekund, dus ik kan het nu weer.’

Zelfeffectiviteit van een groep kinderen

Deze korte film over een groep kinderen uit Thailand laat zien hoe zij samen hun zelfeffectiviteit vergroten. Zij houden van voetbal kijken, maar doordat zij op een klein eiland wonen is er geen plek waar zij zelf kunnen voetballen. Samen bedenken zij een oplossing waardoor het wel mogelijk is.

Zelfeffectiviteit gaat over het vertrouwen dat je een taak tot een goed einde kunt brengen, ook als die moeilijk is. Het helpt kinderen om door te zetten en om actief om te gaan met uitdagingen.

In plaats van te zeggen ‘Goed gedaan, ik ben trots op je’, kun je zeggen: ‘Wat vond je zelf van hoe je dit hebt aangepakt?’ of ‘Waar ben jij trots op?’ Zo leg je de focus bij het kind zelf en benadruk je dat het kind ook zelf invloed kan uitoefenen op zijn situatie.

Geef kind een gevoel van controle

6.

Als een kind iets goed kan, laat het dat aan een ander uitleggen. Zo ervaart het dat het iets te bieden heeft. Dit versterkt het gevoel van competentie en invloed.

Laat kinderen anderen helpen

5.

Vraag na afloop van een situatie: ‘Wat hielp jou om dit te doen?’, ‘Wat zou je een volgende keer anders doen?’ Dit helpt kinderen beseffen dat ze keuzes maken en invloed hebben.

Stimuleer zelfreflectie

4.

Geef feedback op de manier waarop een kind iets aanpakt. Zeg bijvoorbeeld: Je hebt goed nagedacht over wat je eerst moest doen’, of ‘Je bleef proberen, ook toen het lastig werd.’ Zo leert het kind dat zijn gedrag invloed heeft op het resultaat.

Benoem inzet en strategie

3.

Zorg voor haalbare uitdagingen. Laat een kind beginnen met iets kleins wat nét buiten zijn comfortzone ligt. Als het lukt, groeit het vertrouwen in het eigen kunnen. Je kunt dan stap voor stap de moeilijkheid opvoeren.

Bouw succeservaringen in

2.

Laat een kind proberen, experimenteren, zoeken naar een oplossing. Ook al gaat het niet perfect, de ervaring dat het zelf iets voor elkaar krijgt, is waardevol. Weersta de neiging om dingen over te nemen, maar stuur waar nodig wel bij, zodat het geen faalervaring wordt.

Laat kinderen zelf dingen doen

1.

Belangrijk hierbij is dat je een steunende begeleider bent: ga naast het kind staan, moedig het aan en geef vertrouwen. En als het lastig wordt, los het niet op, maar zeg bijvoorbeeld: ‘Ik weet dat je dit kunt, ik blijf bij je als je dat wilt.’ 

Zelfeffectiviteit groeit in de praktijk: door te doen, te ervaren en te ontdekken dat je iets kunt.

Als volwassene kun je kinderen hierin op veel manieren ondersteunen, zoals door een kind te helpen succeservaringen op te doen. Hier een aantal voorbeelden hoe je dat kan doen.

Hoe kan je kinderen helpen hun zelfeffectiviteit te versterken?

Zelfeffectiviteit is een belangrijke bouwsteen van veerkracht. Een kind dat gelooft dat het iets kan en invloed heeft op een situatie, is sneller geneigd om actief te handelen in plaats van te bevriezen of te vermijden. Dit helpt hem zich niet machteloos te voelen in moeilijke situaties en om door te zetten als iets niet meteen lukt.

Kinderen met een sterk gevoel van zelfeffectiviteit kunnen beter omgaan met stress en tegenvallers. Ze zijn flexibeler, durven hulp te vragen en leren van hun fouten. Bovendien ervaren zij meer autonomie en motivatie, wat hun leervermogen én sociaal functioneren versterkt.

Zelfeffectiviteit helpt ook om een gevoel van spanning te reguleren. Als je gelooft dat je iets kunt doen in een moeilijke situatie, voel je je minder overweldigd. Je hebt meer vertrouwen dat je ergens uit kunt komen, en dat vergroot het gevoel van controle en veiligheid.

Zelfeffectiviteit werkt versterkend op andere bouwstenen van veerkracht, zoals probleemoplossend vermogen, zelfvertrouwen en emotieregulatie. Een kind dat merkt dat het zelf iets kan doen om een lastige situatie beter te maken, ontwikkelt bovendien hoop en perspectief – onmisbare ingrediënten voor veerkrachtig functioneren.

Hoe hangt zelfeffectiviteit samen met veerkracht?

Kinderen die opgroeien in onveilige of onvoorspelbare situaties ervaren vaak dat ze weinig grip hebben op hun omgeving. Als je weinig invloed lijkt te hebben op wat er gebeurt, bijvoorbeeld omdat volwassenen onvoorspelbaar reageren of er thuis vaak ruzie is, kan dat leiden tot het idee: wat ik doe maakt toch geen verschil. Deze kinderen ontwikkelen zodoende een laag gevoel van zelfeffectiviteit.

Ook als kinderen vaak negatief beoordeeld worden of voortdurend kritiek krijgen, zonder erkenning van wat er wél goed gaat, verliezen zij het vertrouwen in hun eigen kunnen. Sommige kinderen trekken zich dan terug of geven snel op, anderen proberen juist voortdurend alles goed te doen om controle te houden, wat hun gevoel van eigenwaarde afhankelijk maakt van de reactie van anderen.

Chronische stress kan bovendien de toegang tot het denkende brein verminderen, waardoor kinderen minder goed in staat zijn om doelgericht te handelen of zelf oplossingen te bedenken. Zonder goede begeleiding en positieve bekrachtiging kunnen zij dan het vertrouwen verliezen dat zij iets zelf kunnen veranderen of verbeteren.

Ingrijpende jeugdervaringen en zelfeffectiviteit

Zelfeffectiviteit van een groep kinderen

Deze korte film over een groep kinderen uit Thailand laat zien hoe zij samen hun zelfeffectiviteit vergroten. Zij houden van voetbal kijken, maar doordat zij op een klein eiland wonen is er geen plek waar zij zelf kunnen voetballen. Samen bedenken zij een oplossing waardoor het wel mogelijk is.

In plaats van te zeggen ‘Goed gedaan, ik ben trots op je’, kun je zeggen: ‘Wat vond je zelf van hoe je dit hebt aangepakt?’ of ‘Waar ben jij trots op?’ Zo leg je de focus bij het kind zelf en benadruk je dat het kind ook zelf invloed kan uitoefenen op zijn situatie.

Geef kind een gevoel van controle

6.

Als een kind iets goed kan, laat het dat aan een ander uitleggen. Zo ervaart het dat het iets te bieden heeft. Dit versterkt het gevoel van competentie en invloed.

Laat kinderen anderen helpen

5.

Vraag na afloop van een situatie: ‘Wat hielp jou om dit te doen?’, ‘Wat zou je een volgende keer anders doen?’ Dit helpt kinderen beseffen dat ze keuzes maken en invloed hebben.

Stimuleer zelfreflectie

4.

Geef feedback op de manier waarop een kind iets aanpakt. Zeg bijvoorbeeld: Je hebt goed nagedacht over wat je eerst moest doen’, of ‘Je bleef proberen, ook toen het lastig werd.’ Zo leert het kind dat zijn gedrag invloed heeft op het resultaat.

Benoem inzet en strategie

3.

Zorg voor haalbare uitdagingen. Laat een kind beginnen met iets kleins wat nét buiten zijn comfortzone ligt. Als het lukt, groeit het vertrouwen in het eigen kunnen. Je kunt dan stap voor stap de moeilijkheid opvoeren.

Bouw succeservaringen in

2.

Laat een kind proberen, experimenteren, zoeken naar een oplossing. Ook al gaat het niet perfect, de ervaring dat het zelf iets voor elkaar krijgt, is waardevol. Weersta de neiging om dingen over te nemen, maar stuur waar nodig wel bij, zodat het geen faalervaring wordt.

Laat kinderen zelf dingen doen

1.

Belangrijk hierbij is dat je een steunende begeleider bent: ga naast het kind staan, moedig het aan en geef vertrouwen. En als het lastig wordt, los het niet op, maar zeg bijvoorbeeld: ‘Ik weet dat je dit kunt, ik blijf bij je als je dat wilt.’ 

Zelfeffectiviteit groeit in de praktijk: door te doen, te ervaren en te ontdekken dat je iets kunt.

Als volwassene kun je kinderen hierin op veel manieren ondersteunen, zoals door een kind te helpen succeservaringen op te doen. Hier een aantal voorbeelden hoe je dat kan doen.

Hoe kan je kinderen helpen hun zelfeffectiviteit te versterken?

‘Veerkracht is voor mij vooral het gevoel van controle te hebben... 

Hoe moeilijk de situatie ook is. Gezonde manieren om met stress en trauma om te gaan. Vroeger had ik enkele steunfiguren, met name docenten op school, die ervoor hebben gezorgd dat ik ook het positieve van het leven inzag. Zij hebben mij de kracht geboden om verder te kijken en door te gaan.’ (Augeo Jongerentaskforce-lid Natasja)

Zelfeffectiviteit is een belangrijke bouwsteen van veerkracht. Een kind dat gelooft dat het iets kan en invloed heeft op een situatie, is sneller geneigd om actief te handelen in plaats van te bevriezen of te vermijden. Dit helpt hem zich niet machteloos te voelen in moeilijke situaties en om door te zetten als iets niet meteen lukt.

Kinderen met een sterk gevoel van zelfeffectiviteit kunnen beter omgaan met stress en tegenvallers. Ze zijn flexibeler, durven hulp te vragen en leren van hun fouten. Bovendien ervaren zij meer autonomie en motivatie, wat hun leervermogen én sociaal functioneren versterkt.

Zelfeffectiviteit helpt ook om een gevoel van spanning te reguleren. Als je gelooft dat je iets kunt doen in een moeilijke situatie, voel je je minder overweldigd. Je hebt meer vertrouwen dat je ergens uit kunt komen, en dat vergroot het gevoel van controle en veiligheid.

Zelfeffectiviteit werkt versterkend op andere bouwstenen van veerkracht, zoals probleemoplossend vermogen, zelfvertrouwen en emotieregulatie. Een kind dat merkt dat het zelf iets kan doen om een lastige situatie beter te maken, ontwikkelt bovendien hoop en perspectief – onmisbare ingrediënten voor veerkrachtig functioneren.

Hoe hangt zelfeffectiviteit samen met veerkracht?

Kinderen die opgroeien in onveilige of onvoorspelbare situaties ervaren vaak dat ze weinig grip hebben op hun omgeving. Als je weinig invloed lijkt te hebben op wat er gebeurt, bijvoorbeeld omdat volwassenen onvoorspelbaar reageren of er thuis vaak ruzie is, kan dat leiden tot het idee: wat ik doe maakt toch geen verschil. Deze kinderen ontwikkelen zodoende een laag gevoel van zelfeffectiviteit.

Ook als kinderen vaak negatief beoordeeld worden of voortdurend kritiek krijgen, zonder erkenning van wat er wél goed gaat, verliezen zij het vertrouwen in hun eigen kunnen. Sommige kinderen trekken zich dan terug of geven snel op, anderen proberen juist voortdurend alles goed te doen om controle te houden, wat hun gevoel van eigenwaarde afhankelijk maakt van de reactie van anderen.

Chronische stress kan bovendien de toegang tot het denkende brein verminderen, waardoor kinderen minder goed in staat zijn om doelgericht te handelen of zelf oplossingen te bedenken. Zonder goede begeleiding en positieve bekrachtiging kunnen zij dan het vertrouwen verliezen dat zij iets zelf kunnen veranderen of verbeteren.

Ingrijpende jeugdervaringen en zelfeffectiviteit

Wat is zelfeffectiviteit?

Vooral als je zélf succes ervaart, werkt dat goed voor je gevoel van zelfeffectiviteit.

Het verschil tussen zelfeffectiviteit en zelfvertrouwen is dat zelfvertrouwen vooral gaat over je algemene gevoel dat je iets waard bent, over wie je bent en zelfeffectiviteit over het geloof in je vermogen om specifieke situaties of taken aan te pakken.

"Eerst dacht ik dat ik
het toch niet kon. Maar toen ik iets moeilijks had gedaan, dacht ik: zie je wel, ik kan meer dan ik dacht." (ervaringsdeskundige Leonie)

Vier factoren helpen bij het ontwikkelen van zelfeffectiviteit:

Zelfeffectiviteit ontwikkelt zich via ervaring. Als een kind merkt dat iets lukt dankzij eigen inzet, groeit het vertrouwen in het eigen kunnen. Ook sociale steun, aanmoediging en het zien van anderen die iets voor elkaar krijgen, dragen bij. Kinderen leren dan: ‘Als zij het kunnen, kan ik het misschien ook.’

Zelfeffectiviteit (ook wel: self-efficacy) betekent dat je gelooft dat je in staat bent om een taak met succes uit te voeren, ook als die lastig is. Het is dus niet alleen het vertrouwen dat je iets kúnt, maar ook dat je met jouw gedrag invloed hebt op het resultaat. Zodoende heeft zelfeffectiviteit invloed op hoe je je voelt, hoe je denkt en hoe je handelt.

Een kind met een sterk gevoel van zelfeffectiviteit denkt bijvoorbeeld: ‘Ik kan dit leren’, ‘Als ik oefen, lukt het misschien’, of ‘Ik weet hoe ik hulp kan vragen als het lastig wordt.’ Zulke gedachten geven richting en energie: het kind blijft in beweging in plaats van zich terug te trekken of op te geven.

4. Goed omgaan met spanning

‘Ik voel stress, maar dat betekent niet dat ik het niet kan.’

3. Aanmoediging van anderen

‘Ik geloof dat jij dit kunt.’

2. Andere iets zien doen

Als hij het kan, kan ik het misschien ook.’

1. Eerdere successen

‘Ik heb het eerder gekund, dus ik kan het nu weer.’

Zelfeffectiviteit

Zelfeffectiviteit gaat over het vertrouwen dat je een taak tot een goed einde kunt brengen, ook als die moeilijk is. Het helpt kinderen om door te zetten en om actief om te gaan met uitdagingen.